
In een speciale uitgave, ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de Stadsschouwburg Heerlen aan het Burgemeester van Grunsvenplein in 1991, schreef de toenmalige burgemeester, Piet van Zeil: ‘De Stadsschouwburg Heerlen zal een voorhoedefunctie vervullen bij de ontwikkeling van tal van activiteiten op cultureel gebied en op deze wijze intensief meewerken aan de profi lering van Heerlen als stad waar het goed toeven is.’ Dankzij de trouwe aanhang van de vele duizenden theaterbezoekers, die in de loop der jaren mede het culturele goed uitdroegen, staat er nu een theatercomplex, dat zich kan scharen in de rij van de vijf beste stadstheaters van Nederland. Het is groots, het is imponerend en het heeft een ideale ambiance om cultuur verder uit te dragen.
Een stukje Heerlense theatergeschiedenis
Na enig geharrewar op het eind van de negentiende eeuw over wie nu wel en wie niet verantwoordelijk was voor het culturele erfgoed van Heerlen nam harmonie St. Caecilia het voortouw. Het gezelschap organiseerde naast een vocaal of instrumentaal concert meer op cultureel terrein. Uit een advertentie uit 1877 blijkt, dat een concert voor viool en piano van St. Caecilia door komieke voordrachten onderbroken werd. Een poging dus om meerdere disciplines bijeen te brengen. De activiteiten van St. Caecilia vonden zoveel weerklank, dat de eigenaar van een nieuw hotel aan de Stationsstraat, E. Dirix, een heuse concertzaal voor St. Caecilia inrichtte. Aan de opening van deze concertzaal werkte de bekende Heerlenaar, de violist Charles Hennen, mee. Nog geen jaar later had Heerlen ineens twee concertzalen: Hotel Java (aan het huidige Wilhelminaplein) meende niet achter te kunnen blijven en bood in 1897 aan mannenkoor St. Pancratius ook een eigen concertzaal aan. Dit gulle gebaar was maar een kort leven beschoren. Toch bleef Pancratius zich met culturele activiteiten bezighouden. Op eigen risico nodigde het koor ‘Het Toneel’ uit Amsterdam uit om in de regie van Willem Royaards het toneelstuk ‘Lucifer’ te spelen. Het werd een doorslaand succes en het legde de voedingsbodem voor de bouw van het Hollandia Theater, dat in 1913 aan de Saroleastraat zijn deuren opende voor filmen toneelvoorstellingen. Een consortium had echter grootse plannen voor de bouw van een hotel met een echte grote schouw burg aan de Klompstraat. In 1920 werd een begin met de bouwwerkzaamheden gemaakt. Volgens planning zou het theater in 1921 opgeleverd worden. Al snel merkte men dat er veel te weinig geld beschikbaar was voor een dergelijke onderneming. De bouw werd stop gelegd en vijf jaar lang bleef een half afgewerkte schouwburg aan de Klompstraat liggen. Het was zangvereniging St. Pancratius die in 1925 het initiatief nam om het gebouw speelklaar te maken. Als stok achter de deur was het wereldberoemde koor van de Sixtijnse Kapel uitgenodigd voor een concert op 27 september 1925. Met man en macht en vooral veel vrijwilligers werd er aan het gebouw gewerkt. En de streefdatum werd gehaald. Het koor kon er een legendarisch concert geven. Toen toenmalig directeur H. Vankan in 1951 de medewerkenden aan het slot van de uitvoering van de opera ‘La Traviata’ met bloemen kwam bedanken, stortte er een gedeelte van het plafond naar beneden. Hij sprak de historische woorden: ‘Dit betekent dat Heerlen rijp is voor een nieuwe schouwburg.’ Na de Tweede Wereldoorlog voldeed het namelijk in het geheel niet meer aan de eisen van de moderne toneeltechniek. Het gebouw aan de Klompstraat was in 1961 geheel ‘op’ en heeft uiteindelijk plaats moeten maken voor een parkeergarage. Nadat in 1958 de vergunning voor een nieuwe schouwburg verleend was, begon Frits Peutz aan een van zijn meesterwerken. Aanvankelijk wilde de gemeenteraad het theater opnieuw bouwen op de plaats waar nu winkelcentrum ’t Loon staat. Het toenmalige Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting gaf hiervoor echter geen toestemming. Het theater moest in het centrum van de stad gebouwd worden, vond men. En dus werd het Burgemeester van Grunsvenplein bouwrijp gemaakt. Tot opluchting van iedereen deden zich tijdens de bouw geen noemenswaardige incidenten voor. Desondanks heeft het tot november 1961 geduurd voordat aan het Burgemeester van Grunsvenplein een nieuw eigentijds theater verrezen was. De kosten bedroegen 4.758.852,57 gulden. Met de opera ‘Don Carlos’ werd de opening op zaterdag 18 november 1961 feestelijk gevierd. Het getuigt van een vooruitziende blik van Peutz, want alle jaren is aan het gebouw gesleuteld: een kleine zaal, een rotonde zaal, ruimte voor het ge meentelijk archief en het oudheidkundig museum in de achterbouw. Het kon allemaal dankzij zijn unieke ontwerp. En het kan nog steeds. Na vele jaren brainstormen werd in april 2005 begonnen met de revitalisatie van Theater Heerlen. Het hele gebouw werd volgens de arbo-regels onder han den genomen en uitgebreid met een nieuwe zaal. De plannen waren ingenieus, want het gebouw van Peutz is niet alleen overeind gebleven, maar klaargestoomd voor vele jaren toekomst. Theater Heerlen kan als gebouw en Parkstad Limburg Theaters kan als organisatie weer vooruit. De moderne tijd heeft zijn intrede gedaan met innovaties en technische hoogstandjes waarvan vak man en theaterbezoeker opkijken. En Peutz lacht in zijn vuistje, want het is er nog, steviger en mooier dan ooit. Het zal nog menige generatie kunnen overleven.
Een rondleiding door het hernieuwde gebouw anno 2007
Het is een spannend avontuur om door directeur Bas Schoonderwoerd in ‘zijn’ nieuwe theatercomplex rondgeleid te worden. Alsof hij op wolken loopt en alle bijzondere facetten van zijn nieuwe huis in één keer wil laten zien. Het is zoveel, dat je er bijna door in ademnood komt. De eerste in druk is overweldigend. Het oogt alsof de bestaande ruimte twee keer zo groot is geworden, alsof er over iedere lichtinval, over iedere spijker, over iedere vloertegel, over iedere zekering gebrainstormd is. Het hele gebouw is met rollator of rolstoel bereikbaar. De enorme veranderingen beginnen al bij de entree. Door de hoge mate van transparantie, die het hele complex gekregen heeft, lijkt het alsof men nog buiten staat. Zoveel licht valt er van alle kanten binnen. De eerder achter de kassa gelegen kantoren zijn verplaatst naar boven in de ‘achterbouw’ waardoor de entree een optimale, ruimtelijke loket- en informatiefunctie krijgt. Ook is er in de entree een permanent verwerkte rode loper in de vloerbedekking terug te vinden. Iedere bezoeker moet zich bij binnenkomst meteen welkom voelen. Een ander in het oog springende wijziging op de begane grond, die juist dat gevoel wil vasthouden, is de verplaatsing van het theatercafé naar de voormalige rotondezaal. De bezoeker kan hier voorafgaand aan en na afloop van de voorstelling – publiek uit de midden- en de kleine zaal ook tijdens de pauze – terecht voor een drankje en een kleine versnapering. In het theatercafé is daarnaast een professioneel podium gebouwd, waar kleine optredens kunnen plaatsvinden, zoals koffieconcertjes van klassiek tot jazz, de informele familieconcertjes of discussieavonden en stand-up comedy. In dezelfde benedenfoyer zijn overigens aan weerszijden twee muren opgebroken, waardoor ook hier daglicht naar binnen komt.
De foyer op de eerste verdieping heeft een gigantische gedaanteverandering ondergaan. De buffetten aan weerszijden zijn verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn de wanden met metershoge reliëfs versierd, waarachter op - bergruimte ‘verstopt’ is. De ruimtelijke kwaliteit is in tact gebleven. Het pronkstuk staat in het midden van de foyer; een buffeteiland van vier zijden benaderbaar, prachtig afgezet met lichtgroene matglazen wanden. Door deze op stelling is de sociale interactie vergroot. Men kijkt immers naar elkaar in plaats van naar een blinde muur. De bovenste balustrade is door glazen platen beveiligd, zodat niemand er naar beneden kan tuimelen. In wezen een veiligheidsmaatregel die eenvoudig en toch chique is uitgevoerd. ‘In hoge mate is de Peutzgedachte hersteld en hier en daar zelfs beter uitgevoerd. In het interieur vind je bijvoorbeeld een vloerbedekking die verwijst naar tekeningen van het ge bouw,’ zegt Bas Schoonderwoerd. De grote zaal is – met zijn ongeveer 1100 stoelen – imposant te noemen. Maar aan intimiteit heeft het absoluut niet ingeboet. Op alle drie de verdiepingen is de zaal rondom met nissen in de muur uitgebreid. Ze zijn als architectonische rugzakjes er tegenaan geplakt. De nissen zijn gebouwd naar het loge-idee van de oude Italiaanse theaterarchitectuur. De vloerbedekking van de zaal is goudkleurig. Onder iedere stoel is een inblaas rooster aangebracht waardoor goede luchtverdeling mogelijk is. Niemand zal het te koud of te warm hebben. Peentjes zweten is verleden tijd. De oude theaterstoelen zijn helemaal opnieuw gerestaureerd. Veel techniek is in het nieuwe, hoefijzervormige plafond en in de zijmuur ‘verstopt’. Je ervaart het wel, maar je ziet het niet. Podium en orkestbak zijn ook danig onder handen genomen voorzien van alle momenteel gangbare innovaties op het gebied van theatertechniek, waardoor zicht en akoestiek verbeterd zijn. Een mooi staaltje vakmanschap. De multifunctionele nieuwe zaal gaat vanaf september officieel van start en is o.a. geschikt als vlakke vloertheater, waarbij intimiteit veel meer leidraad tot kwaliteit is. ‘Op een vlakke vloer speelt een acteur tot aan de neuzen van je schoenen. Bovendien is er geen hoogteverschil. Acteur en publiek bevinden zich in dezelfde ruimte.’ Daarnaast moeten er sta- en popconcerten gegeven kunnen worden. Een zaal telkens met een geheel eigen sfeer. Bij een tribune opstelling kunnen er 358 mensen in en in de staconcerten opstelling 1000 tot 1200. Niet alleen het publiek wordt in de watten gelegd. Ook de artiest wacht een waardig ontvangst. Alles is erop afgestemd dat hij, al is de reis nog zo lang en deprimerend geweest, om acht uur als het doek opgaat, kan vlammen en het beste naar boven kan halen. Dat hij zó scherp is, dat in Heerlen altijd de beste voorstellingen gegeven worden. Al bij binnenkomst wordt hij door een portier opgewacht en welkom geheten. Vervolgens is de artiestenfoyer zodanig vormgegeven, dat het hem aan niets kan ontbreken. Er is een lees tafel, er staan internetterminals, er is een keuken ingericht voor eigen gebruik en er kan zelfs een speciale kok besteld worden bij Parkstad Limburg Theaters, die zijn lievelingsgerechten kan bereiden. Het resultaat is een prachtige, intieme ruimte. Er is zelfs een hoekje, de ‘green room’ geheten, afgezet met een rustbank om even de ogen te sluiten en de voorstelling in gedachten door te nemen. ‘Wij kunnen nu – met de beschikbaarheid over maar liefst vijf zalen – het gezelschap een podium aanbieden dat heel dicht bij de uitgangspunten van de maker komt. Dat is heel uniek in Nederland,’ aldus Bas Schoonderwoerd. ‘Je kunt daardoor veel meer vanuit de uitgangspunten van het kwaliteitsidee werken.’ Elke zaal heeft namelijk zijn eigen specifieke kwaliteiten. De RABOzaal in Heerlen leent zich bijvoorbeeld door omvang en technisch vernuft bij uitstek voor symfonische muziek, musical en show. De zaal in Kerkrade is dankzij de relatief korte afstand tussen podium en publiek bijzonder geschikt voor toneel en dans. De multifunctionele LIMBURGzaal in Heerlen kan met zijn wisselende opstellingsmogelijkheden vele kan ten op; van vlakke vloer theater tot popconcert. En de INGzaal ademt de sfeer van muziek en cabaret. Elke zaal en elke ruimte stralen daarbij een bijpassende sfeer uit. De entree en het DSMtheatercafé zijn gezellig en sfeer vol, de kleine zaal ‘groovy’ voor Saturday Special Music en cabaret, de nieuwe zaal hightech en stoer en de grote foyer modern chique. Een ingrijpend gebeuren als de revitalisering van Theater Heerlen zou natuurlijk niet mogelijk zijn geweest zonder financiële inbreng van overheidsinstanties, bedrijven en particulieren. Gemeente Heerlen blijft als hoofdfinancier naamdrager van Theater Heerlen. Provincie Limburg heeft substantieel bijgedragen aan de nieuwe aanbouw, die door het leven zal gaan als LIMBURGzaal. De grote zaal wordt omgedoopt tot de RABOzaal, de kleine zaal tot INGzaal, het theatercafé tot DSMtheatercafé en de grote foyer tot VEBEGOfoyer. Daarnaast komt er een THUIS&PARTNERSlounge op de begane grond, een AZLlounge op de eerste verdieping en een STIENSTRAbalkon.’ Bas Schoonderwoerd roemt de samenwerking met het bouwteam. ‘Uitstekend was het. Er zijn natuurlijk strijdpunten geweest. Soms tegen gestelde belangen. Maar dat hoort bij het proces. In grote lijnen hebben wij een perfect samenspel gehad van ervaren mensen, die aan dit theater gewerkt hebben. Met dit theater herleeft het culturele leven. We kunnen weer doorgroeien, want we zijn up-to-date met de infrastructuur. Er is alles aan gedaan om de interactie tussen podium en publiek beter tot zijn recht te laten komen.’ Na anderhalf uur zwerven door gangen, zalen en trappenhuizen weet je één ding zeker: dit gebouw is áf. Alle wensen lijken vervuld. Frits Peutz zal dolblij applaudisseren. Het publiek kan er nu be zit van nemen en het in zijn hart sluiten. Na 46 jaar heeft Heerlen een blijvende plaats op de culturele kaart van Europa verworven.
Duits
Rss Feed