Een stukje Heerlense theatergeschiedenis

Na enig geharrewar op het eind van de negentiende eeuw over wie nu wel en wie niet verantwoordelijk was voor het culturele erfgoed van Heerlen nam harmonie St. Caecilia het voortouw. Het gezelschap organiseerde naast een vocaal of instrumentaal concert meer op cultureel terrein. Uit een advertentie uit 1877 blijkt, dat een concert voor viool en piano van St. Caecilia door komieke voordrachten onderbroken werd. Een poging dus om meerdere disciplines bijeen te brengen. De activiteiten van St. Caecilia vonden zoveel weerklank, dat de eigenaar van een nieuw hotel aan de Stationsstraat, E. Dirix, een heuse concertzaal voor St. Caecilia inrichtte. Aan de opening van deze concertzaal werkte de bekende Heerlenaar, de violist Charles Hennen, mee. Nog geen jaar later had Heerlen ineens twee concertzalen: Hotel Java (aan het huidige Wilhelminaplein) meende niet achter te kunnen blijven en bood in 1897 aan mannenkoor St. Pancratius ook een eigen concertzaal aan. Dit gulle gebaar was maar een kort leven beschoren. Toch bleef Pancratius zich met culturele activiteiten bezighouden. Op eigen risico nodigde het koor ‘Het Toneel’ uit Amsterdam uit om in de regie van Willem Royaards het toneelstuk ‘Lucifer’ te spelen. Het werd een doorslaand succes en het legde de voedingsbodem voor de bouw van het Hollandia Theater, dat in 1913 aan de Saroleastraat zijn deuren opende voor filmen toneelvoorstellingen. Een consortium had echter grootse plannen voor de bouw van een hotel met een echte grote schouw burg aan de Klompstraat. In 1920 werd een begin met de bouwwerkzaamheden gemaakt. Volgens planning zou het theater in 1921 opgeleverd worden. Al snel merkte men dat er veel te weinig geld beschikbaar was voor een dergelijke onderneming. De bouw werd stop gelegd en vijf jaar lang bleef een half afgewerkte schouwburg aan de Klompstraat liggen. Het was zangvereniging St. Pancratius die in 1925 het initiatief nam om het gebouw speelklaar te maken. Als stok achter de deur was het wereldberoemde koor van de Sixtijnse Kapel uitgenodigd voor een concert op 27 september 1925. Met man en macht en vooral veel vrijwilligers werd er aan het gebouw gewerkt. En de streefdatum werd gehaald. Het koor kon er een legendarisch concert geven. Toen toenmalig directeur H. Vankan in 1951 de medewerkenden aan het slot van de uitvoering van de opera ‘La Traviata’ met bloemen kwam bedanken, stortte er een gedeelte van het plafond naar beneden. Hij sprak de historische woorden: ‘Dit betekent dat Heerlen rijp is voor een nieuwe schouwburg.’ Na de Tweede Wereldoorlog voldeed het namelijk in het geheel niet meer aan de eisen van de moderne toneeltechniek. Het gebouw aan de Klompstraat was in 1961 geheel ‘op’ en heeft uiteindelijk plaats moeten maken voor een parkeergarage. Nadat in 1958 de vergunning voor een nieuwe schouwburg verleend was, begon Frits Peutz aan een van zijn meesterwerken. Aanvankelijk wilde de gemeenteraad het theater opnieuw bouwen op de plaats waar nu winkelcentrum ’t Loon staat. Het toenmalige Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting gaf hiervoor echter geen toestemming. Het theater moest in het centrum van de stad gebouwd worden, vond men. En dus werd het Burgemeester van Grunsvenplein bouwrijp gemaakt. Tot opluchting van iedereen deden zich tijdens de bouw geen noemenswaardige incidenten voor. Desondanks heeft het tot november 1961 geduurd voordat aan het Burgemeester van Grunsvenplein een nieuw eigentijds theater verrezen was. De kosten bedroegen 4.758.852,57 gulden. Met de opera ‘Don Carlos’ werd de opening op zaterdag 18 november 1961 feestelijk gevierd. Het getuigt van een vooruitziende blik van Peutz, want alle jaren is aan het gebouw gesleuteld: een kleine zaal, een rotonde zaal, ruimte voor het ge meentelijk archief en het oudheidkundig museum in de achterbouw. Het kon allemaal dankzij zijn unieke ontwerp. En het kan nog steeds. Na vele jaren brainstormen werd in april 2005 begonnen met de revitalisatie van Theater Heerlen. Het hele gebouw werd volgens de arbo-regels onder han den genomen en uitgebreid met een nieuwe zaal. De plannen waren ingenieus, want het gebouw van Peutz is niet alleen overeind gebleven, maar klaargestoomd voor vele jaren toekomst. Theater Heerlen kan als gebouw en Parkstad Limburg Theaters kan als organisatie weer vooruit. De moderne tijd heeft zijn intrede gedaan met innovaties en technische hoogstandjes waarvan vak man en theaterbezoeker opkijken. En Peutz lacht in zijn vuistje, want het is er nog, steviger en mooier dan ooit. Het zal nog menige generatie kunnen overleven.

© Parkstad Limburg Theaters 2011 - 2012